

“In wezen zijn wij slechts gedachten”
Een atelier vertegenwoordigt naar mijn idee de plek
waar gewerkt zal worden. Het dient als transformatieruimte
van het niets tot een beeld. De plek waar
dit werkproces plaatsvindt is in eerste instantie de
geest,vandaar de geest als ideale werkruimte. Om
in zo’n ruimte optimaal te kunnen functioneren
zijn er altijd basis voorwaarden die van mens tot
mens verschillen. Voor mij is het belangrijk dat
deze ruimte in eigen beheer is, dat ik bepaal welke
behoeften ik heb op het moment dat mijn werkproces
gaat beginnen. Storende elementen moeten
daarom buiten dit atelier blijven, zodat ik me over
kan geven aan een geconcentreerd of gepassioneerd
intensief werkproces al naar gelang de
noodzaak met betrekking tot het beeldend werk.
“Ruimte”……Is er één kamer met minder deuren als
je geest? De geest heeft geen zichtbare deuren,
maar is wel in staat continue signalen en indrukken
binnen te laten en naar buiten te brengen, het is
zelfs mogelijk bepaalde indrukken niet toe te laten
of tijdelijk op non actief te stellen. Omwille van
deze basis voorwaarden moet de geest in eerste
instantie flexibel zijn. Hij moet elk moment in
staat zijn die voorwaarden te scheppen waaronder
gewerkt kan worden. Ter inwijding van mijn ideale
ruimte eerst een gedicht.
Het gedicht vertegenwoordigt de eerste basis
behoefte, een lege ruimte, een vertrekpunt voor
een weloverwogen vervolg….
SCHRIJF LUCHT
Helder trek ik strepen door gedaan en gekeerd
Volg lijnen zacht en zilverwit
luchtspiegeling
en tegenover reikt het aangezicht
vervolg de lijnen van waar gedacht
gevoelige streken
helder trekt strepen door ik
gedaan en gekeerd vervolgt door schel gelach
waarbij gelaat betrekt in zilverwit
en gevoelig bedacht ik me deze weder kering
van te volgen lijnen in luchtspiegeling
heldere trektocht door lijnen en strepen
zilverwit niet schel, maar gevoelig in aangezicht
strekt hart en buiten voltrekt zich
wat reist en daar gelaten
vervolg ik
schrijf lucht


Nadat mijn ideale ruimte leeg is kan het werkproces
beginnen zou je denken… toch is dat niet
helemaal waar, immers van lucht bouwt men enkel
luchtkastelen, mijn ideale atelier heeft nog een
andere basisbehoefte, materiaal om mee te werken.
In deze is mijn materie elders als in de geest
te vinden. Vandaar dat mijn ideale werkruimte
in voortdurende verbinding staat met de ruimte
buiten mij. Samen vormen deze twee ruimtes
een groter veld waarbinnen het werkproces zich
afspeelt (in deze mogelijk te interpreteren als de
wereld als atelier,het leven als materie en voeding
voor het werkproces).
Ik ga op zoek, stel mijn atelier bloot aan de buitenwereld,
kijk helder om me heen, laat indrukken
binnen, vang verdreven gedachten terug in de
ruimte, speel met ze, uiteindelijk bepaald bezieling
van het moment de keuze. Mijn hartstreek bepaald
of het geziene datgene is wat ik zocht. De hartstreek
bepaald immers of er met bezieling gewerkt
kan worden. In wezen zijn deze twee, de geest en
de ziel, voortdurend in dialoog. Na kritische
reflectie van het zelf (in deze een verbinding tussen
“atelier” en hartstreek), legt het zelf een web
van verbindingslijnen, laat onbruikbare delen gaan.
Langzaam begint mijn werk vorm te krijgen, enkel
onzichtbaar als het is, zoekt het nu naar vormen
waarin het zich kan manifesteren.
Is het product van mijn geest dan het kunstwerk?
En kan het zijn dat de zichtbare vorm slecht een
illustratie is van mijn eigenlijke werk?
Het ideale atelier is immers niet te omschrijven
zonder na te denken over wat voor mij de ideale
vorm is waarin kunst zich kan manifesteren.
Hetgeen hierboven aan vraagstelling onderworpen
hoeft niet per definitie met een ja te worden beantwoord…
het hele bovengenoemde proces is gebaseerd
op het splijten van samenhangende gedeeltes
welke tot een nieuwe eenheid gemaakt kunnen
worden om op deze wijze delen die normaliter
onzichtbaar waren gebleven zichtbaar te maken.
De meest ideale vorm is daar aanwezig waar het
mogelijk blijkt het zichtbare en het onzichtbare te
laten versmelten.
C.B.'08

Geen opmerkingen:
Een reactie posten