dinsdag 17 maart 2009

vrijdag 13 maart 2009

Zwart

Het is zwart

Niet zomaar doorsnee zwart

Het is zwarter dan het zwart dat daar naast je staat

Ja daar

Die schoen

Die schoen ja

Zo dof zwart

Is het niet

Wat het wel is

Het is zwart

Nee niet zo zwart als zwarte humor

Het is anders zwart

Zwarter

En anders

Het is meer dan zwart alleen

Het is zwart met iets

Zonder schaduw

Maar met iets

Het is diep

Niet diep zwart

Eerder diep en dichtbij

Het is zwart diep en dichtbij

Dichtbij wit maar toch anders

Het is dicht bij wit in gedachten

Maar dan toch zwarter

Het is zwarter als de zwarte toermalijn

Het is zwart

Zwart maar dan zonder glans

Zwart

Maar niet dat doffe zwart

Het is meer

Pulserend

Als een waas

Voor ogen heb ik zwart

Intens zwart

Oneindig zwart bijna

En mn pupillen

Zo zwart

Bedekt met

Oogledig

Zo zwart

Als omgeven

Met ruimte



C.B. '09

vrijdag 6 maart 2009

geklonken Mythe

Staar een beetje verdwaast om me heen. Is er dan werkelijk niets in m'n nabijheid welk geen verband houdt met de wereld van gedachten? Plotseling valt m'n oog op twee groenige glazen omhulsels bestempeld met juist dat woord, dat vervloekte woord, welk ik nu even niet kon gebruiken. Mythos, Mythos schreeuwen de van sluiting ontdane ranke gedaantes me toe vanaf de gescheurde vensterbank. De mythe was het die ik telkens opzocht als deze sluimerende wolk van bedrukking me te na aan m'n luchtwegen kwam. Terwijl juist daar waar ik dacht de aardsheid te ontvluchten en dichter bij een andere vorm van leven te komen, juist daar, waar ik bewust afstand nam, heeft me het land der mythen onthaald in al zijn aardse warmte, en me verteld over de noodzakelijkheid er niet aan voorbij te gaan.
Niet enkel de open helder blauwe lucht of de geur van cipressen deed me beseffen dat het hier en nu net zoveel te bieden had als al die andere werelden waarin m'n geest met regelmaat trachtte orde aan te brengen. Het bijzondere aan deze omgeving was dat hij reeds geordend was en ik enkel een passant die me mocht verblijden bij het aangezicht van de bloeiende reuzen aan de kustlijn en het doffe geluid van het water dat op liefdevolle wijze twee verlaten vissersboten samenbracht.
In de verte klonk het stadse leven. Eén niet zoals wij dat kennen, monotoom en te hoog van toon, nee hier klonk het stadse leven anders. Het leefde echt, de stemmen verraadde zelfs op deze afstand de locatie van de eigenaar. Vreemd eigenlijk, een taal met zoveel korte klanken, zoveel herhaling in klinker en lettergreep, en toch sprak deze taal en dit volk met een muziek die ongekend was op mijn geboortegrond, alsof ze het leven nog zongen. Alsof zij nooit de eigen structuur en het aardse zijn uit het oog verloren hadden.
Ik zat hier nu al uren op een bankje, te staren naar de verte, die me hoe dan ooit liet genieten van de nabijheid van m'n beleving. In m'n notitieboekje vielen woorden die ik later zou relateren aan verlangen, terwijl ze in wezen het aardse hier en nu vertegenwoordigden. Het geluid van de zee vermengde zich met levenstekenen van m'n geliefd volk. Binnen dit muzikale spel namen gedachten met vlagen de overhand.
"Heej psssssst..........ben je alweer hier?"
Een beetje verschrikt en alsof ik net met een ruk met mn wortels tussen de tegels ben uitgetrokken zie ik rechts van me een warrige haardos met twee pracht van glinsteroogjes. Het was de schipper die ik enkele dagen geleden al had ontmoet in een naburig gelegen kafenion aan de andere kant van de haven. Zijn geplooide gelaat sprak van het leven dat reeds achter hem lag. Hij sprak bijna accentloos Nederlands, een waardevol gegeven voor een Griek, iets waar hij ook trots op was, echter ik miste de typische klanken die normalerwijze m'n gehoor passeerde en altijd m'n hart een extra laag warmte gaven bij een gesprek.
Hij was 8 jaar getrouwd geweest met een Nederlandse vrouw. Vorig jaar was hij na de breuk in zijn relatie toch weer naar zijn bekende basis teruggekeerd. Nu echter waren het vissersboten en touristenjachts welk hij bevoer, destijds waren zijn reizen op zee van langere duur geweest.
Zo blij als hij was dagelijks even zijn Nederlandse taal met me te mogen delen, en daarmee zijn herinnering van levendig bestaansrecht te mogen voorzien, zo blij werd ik als ik hem vol levenskracht elke ochtend zijn net ontknoopte netten naar zijn vissersbootje zag sjouwen. Vanaf ons eerste gesprek hadden we twee werelden verbonden en dagelijks zouden we even de gedachten laten leven zoals hij dat benoemde, en ik voelde me weer verbonden met de aardsheid van het bestaan, als we daar zo zaten, op dat kleine vervallen pleintje onder de platanen in deze oeroude stad. De samenkomst van twee werelden en een natuurlijk samenzijn van deze werelden maakte dat de eenheid in het wezen weer voelbaar was.

maandag 2 maart 2009

fragment: "groen van blauw en geel"

"Daarginds bij de poort, daarginds was eens, nu enkel lijnen, geen metalen resten op de huid, geen sporen van huid aan de metalen ijzers die daar als blokkade hadden toegezien hoe de vleselijke massa zn doorgang tot andere dimensies bewerkstelligde.
Misschien waren adviezen gelijk aan intenties van individuen, misschien bestond er zelfs zoiets als een collectief weten, maar hoe waren de fundamenten van dit collectief weten ooit tot stand gekomen, was het niet enkel individuele waarneming en ervaring die eraan ten grondslag lagen.
Teleurstelling was misschien een te groot woord, omdat ik alle verwachtingen reeds al had vergeven. Mij kon het niet meer zoveel schelen, dat mensen die vooringenomenheid hanteerde om het zelf een houvast te geven. Misschien deed ik wel precies hetzelfde door geen houvast te verlangen. Eenzelfde vooringenomen houding om het niets als leidraad te mogen gebruiken? Hoe dan ook lag het niet in mn aard mensen van hun fundamenten te ontdoen, ook lag het niet in mn aard blokkades op te werpen, waar ik me enkel schuldig aan maakte was het nastreven van een individuele ruimte welk me de mogelijkheden gaf dingen te isoleren in dit niets om ze zo beter te bekijken."