zwart als de schaduw
die vervolgens
altijd telt
te laat
zoals u weet
volgen duistere gedaantes
enkel
lichte treden
zonder te weten
vanwaar een zwarte nalatenschap
laat de trap na
enkel zwarte sporen
en ik doem
op in lichte schemer
verleidt het duister
en lach
enkel
met
mn tandsteen
Posts tonen met het label poëtisch-proza. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëtisch-proza. Alle posts tonen
dinsdag 7 april 2009
groene dingen
in licht een laatste aanzicht waardig,
voordat de nacht valt in gebroken straal
donker omsluit je lijn
en groen van schijn
naast het verhaal.....vervreemd
jij met je smaak versterkt
ligt hier op gebrande aarde
ik heb het vaak voorbij zien gaan
de samenstelling onvolmaakt
lakens meer dan teder vuur
dekmantel voor en na
en vreemd je zachte pijn
neergedaald op m’n lippen
je zoute druppel
weinig zal ik slikken
m'n kern reeds aangedaan
en vol van
een overslaan
neem ik jou
groen
CB ‘09
voordat de nacht valt in gebroken straal
donker omsluit je lijn
en groen van schijn
naast het verhaal.....vervreemd
jij met je smaak versterkt
ligt hier op gebrande aarde
ik heb het vaak voorbij zien gaan
de samenstelling onvolmaakt
lakens meer dan teder vuur
dekmantel voor en na
en vreemd je zachte pijn
neergedaald op m’n lippen
je zoute druppel
weinig zal ik slikken
m'n kern reeds aangedaan
en vol van
een overslaan
neem ik jou
groen
CB ‘09
vrijdag 13 maart 2009
Zwart
Het is zwart
Niet zomaar doorsnee zwart
Het is zwarter dan het zwart dat daar naast je staat
Ja daar
Die schoen
Die schoen ja
Zo dof zwart
Is het niet
Wat het wel is
Het is zwart
Nee niet zo zwart als zwarte humor
Het is anders zwart
Zwarter
En anders
Het is meer dan zwart alleen
Het is zwart met iets
Zonder schaduw
Maar met iets
Het is diep
Niet diep zwart
Eerder diep en dichtbij
Het is zwart diep en dichtbij
Dichtbij wit maar toch anders
Het is dicht bij wit in gedachten
Maar dan toch zwarter
Het is zwarter als de zwarte toermalijn
Het is zwart
Zwart maar dan zonder glans
Zwart
Maar niet dat doffe zwart
Het is meer
Pulserend
Als een waas
Voor ogen heb ik zwart
Intens zwart
Oneindig zwart bijna
En mn pupillen
Zo zwart
Bedekt met
Oogledig
Zo zwart
Als omgeven
Met ruimte
C.B. '09
Niet zomaar doorsnee zwart
Het is zwarter dan het zwart dat daar naast je staat
Ja daar
Die schoen
Die schoen ja
Zo dof zwart
Is het niet
Wat het wel is
Het is zwart
Nee niet zo zwart als zwarte humor
Het is anders zwart
Zwarter
En anders
Het is meer dan zwart alleen
Het is zwart met iets
Zonder schaduw
Maar met iets
Het is diep
Niet diep zwart
Eerder diep en dichtbij
Het is zwart diep en dichtbij
Dichtbij wit maar toch anders
Het is dicht bij wit in gedachten
Maar dan toch zwarter
Het is zwarter als de zwarte toermalijn
Het is zwart
Zwart maar dan zonder glans
Zwart
Maar niet dat doffe zwart
Het is meer
Pulserend
Als een waas
Voor ogen heb ik zwart
Intens zwart
Oneindig zwart bijna
En mn pupillen
Zo zwart
Bedekt met
Oogledig
Zo zwart
Als omgeven
Met ruimte
C.B. '09
vrijdag 6 maart 2009
geklonken Mythe
Staar een beetje verdwaast om me heen. Is er dan werkelijk niets in m'n nabijheid welk geen verband houdt met de wereld van gedachten? Plotseling valt m'n oog op twee groenige glazen omhulsels bestempeld met juist dat woord, dat vervloekte woord, welk ik nu even niet kon gebruiken. Mythos, Mythos schreeuwen de van sluiting ontdane ranke gedaantes me toe vanaf de gescheurde vensterbank. De mythe was het die ik telkens opzocht als deze sluimerende wolk van bedrukking me te na aan m'n luchtwegen kwam. Terwijl juist daar waar ik dacht de aardsheid te ontvluchten en dichter bij een andere vorm van leven te komen, juist daar, waar ik bewust afstand nam, heeft me het land der mythen onthaald in al zijn aardse warmte, en me verteld over de noodzakelijkheid er niet aan voorbij te gaan.
Niet enkel de open helder blauwe lucht of de geur van cipressen deed me beseffen dat het hier en nu net zoveel te bieden had als al die andere werelden waarin m'n geest met regelmaat trachtte orde aan te brengen. Het bijzondere aan deze omgeving was dat hij reeds geordend was en ik enkel een passant die me mocht verblijden bij het aangezicht van de bloeiende reuzen aan de kustlijn en het doffe geluid van het water dat op liefdevolle wijze twee verlaten vissersboten samenbracht.
In de verte klonk het stadse leven. Eén niet zoals wij dat kennen, monotoom en te hoog van toon, nee hier klonk het stadse leven anders. Het leefde echt, de stemmen verraadde zelfs op deze afstand de locatie van de eigenaar. Vreemd eigenlijk, een taal met zoveel korte klanken, zoveel herhaling in klinker en lettergreep, en toch sprak deze taal en dit volk met een muziek die ongekend was op mijn geboortegrond, alsof ze het leven nog zongen. Alsof zij nooit de eigen structuur en het aardse zijn uit het oog verloren hadden.
Ik zat hier nu al uren op een bankje, te staren naar de verte, die me hoe dan ooit liet genieten van de nabijheid van m'n beleving. In m'n notitieboekje vielen woorden die ik later zou relateren aan verlangen, terwijl ze in wezen het aardse hier en nu vertegenwoordigden. Het geluid van de zee vermengde zich met levenstekenen van m'n geliefd volk. Binnen dit muzikale spel namen gedachten met vlagen de overhand.
"Heej psssssst..........ben je alweer hier?"
Een beetje verschrikt en alsof ik net met een ruk met mn wortels tussen de tegels ben uitgetrokken zie ik rechts van me een warrige haardos met twee pracht van glinsteroogjes. Het was de schipper die ik enkele dagen geleden al had ontmoet in een naburig gelegen kafenion aan de andere kant van de haven. Zijn geplooide gelaat sprak van het leven dat reeds achter hem lag. Hij sprak bijna accentloos Nederlands, een waardevol gegeven voor een Griek, iets waar hij ook trots op was, echter ik miste de typische klanken die normalerwijze m'n gehoor passeerde en altijd m'n hart een extra laag warmte gaven bij een gesprek.
Hij was 8 jaar getrouwd geweest met een Nederlandse vrouw. Vorig jaar was hij na de breuk in zijn relatie toch weer naar zijn bekende basis teruggekeerd. Nu echter waren het vissersboten en touristenjachts welk hij bevoer, destijds waren zijn reizen op zee van langere duur geweest.
Zo blij als hij was dagelijks even zijn Nederlandse taal met me te mogen delen, en daarmee zijn herinnering van levendig bestaansrecht te mogen voorzien, zo blij werd ik als ik hem vol levenskracht elke ochtend zijn net ontknoopte netten naar zijn vissersbootje zag sjouwen. Vanaf ons eerste gesprek hadden we twee werelden verbonden en dagelijks zouden we even de gedachten laten leven zoals hij dat benoemde, en ik voelde me weer verbonden met de aardsheid van het bestaan, als we daar zo zaten, op dat kleine vervallen pleintje onder de platanen in deze oeroude stad. De samenkomst van twee werelden en een natuurlijk samenzijn van deze werelden maakte dat de eenheid in het wezen weer voelbaar was.
Niet enkel de open helder blauwe lucht of de geur van cipressen deed me beseffen dat het hier en nu net zoveel te bieden had als al die andere werelden waarin m'n geest met regelmaat trachtte orde aan te brengen. Het bijzondere aan deze omgeving was dat hij reeds geordend was en ik enkel een passant die me mocht verblijden bij het aangezicht van de bloeiende reuzen aan de kustlijn en het doffe geluid van het water dat op liefdevolle wijze twee verlaten vissersboten samenbracht.
In de verte klonk het stadse leven. Eén niet zoals wij dat kennen, monotoom en te hoog van toon, nee hier klonk het stadse leven anders. Het leefde echt, de stemmen verraadde zelfs op deze afstand de locatie van de eigenaar. Vreemd eigenlijk, een taal met zoveel korte klanken, zoveel herhaling in klinker en lettergreep, en toch sprak deze taal en dit volk met een muziek die ongekend was op mijn geboortegrond, alsof ze het leven nog zongen. Alsof zij nooit de eigen structuur en het aardse zijn uit het oog verloren hadden.
Ik zat hier nu al uren op een bankje, te staren naar de verte, die me hoe dan ooit liet genieten van de nabijheid van m'n beleving. In m'n notitieboekje vielen woorden die ik later zou relateren aan verlangen, terwijl ze in wezen het aardse hier en nu vertegenwoordigden. Het geluid van de zee vermengde zich met levenstekenen van m'n geliefd volk. Binnen dit muzikale spel namen gedachten met vlagen de overhand.
"Heej psssssst..........ben je alweer hier?"
Een beetje verschrikt en alsof ik net met een ruk met mn wortels tussen de tegels ben uitgetrokken zie ik rechts van me een warrige haardos met twee pracht van glinsteroogjes. Het was de schipper die ik enkele dagen geleden al had ontmoet in een naburig gelegen kafenion aan de andere kant van de haven. Zijn geplooide gelaat sprak van het leven dat reeds achter hem lag. Hij sprak bijna accentloos Nederlands, een waardevol gegeven voor een Griek, iets waar hij ook trots op was, echter ik miste de typische klanken die normalerwijze m'n gehoor passeerde en altijd m'n hart een extra laag warmte gaven bij een gesprek.
Hij was 8 jaar getrouwd geweest met een Nederlandse vrouw. Vorig jaar was hij na de breuk in zijn relatie toch weer naar zijn bekende basis teruggekeerd. Nu echter waren het vissersboten en touristenjachts welk hij bevoer, destijds waren zijn reizen op zee van langere duur geweest.
Zo blij als hij was dagelijks even zijn Nederlandse taal met me te mogen delen, en daarmee zijn herinnering van levendig bestaansrecht te mogen voorzien, zo blij werd ik als ik hem vol levenskracht elke ochtend zijn net ontknoopte netten naar zijn vissersbootje zag sjouwen. Vanaf ons eerste gesprek hadden we twee werelden verbonden en dagelijks zouden we even de gedachten laten leven zoals hij dat benoemde, en ik voelde me weer verbonden met de aardsheid van het bestaan, als we daar zo zaten, op dat kleine vervallen pleintje onder de platanen in deze oeroude stad. De samenkomst van twee werelden en een natuurlijk samenzijn van deze werelden maakte dat de eenheid in het wezen weer voelbaar was.
maandag 2 maart 2009
fragment: "groen van blauw en geel"
"Daarginds bij de poort, daarginds was eens, nu enkel lijnen, geen metalen resten op de huid, geen sporen van huid aan de metalen ijzers die daar als blokkade hadden toegezien hoe de vleselijke massa zn doorgang tot andere dimensies bewerkstelligde.
Misschien waren adviezen gelijk aan intenties van individuen, misschien bestond er zelfs zoiets als een collectief weten, maar hoe waren de fundamenten van dit collectief weten ooit tot stand gekomen, was het niet enkel individuele waarneming en ervaring die eraan ten grondslag lagen.
Teleurstelling was misschien een te groot woord, omdat ik alle verwachtingen reeds al had vergeven. Mij kon het niet meer zoveel schelen, dat mensen die vooringenomenheid hanteerde om het zelf een houvast te geven. Misschien deed ik wel precies hetzelfde door geen houvast te verlangen. Eenzelfde vooringenomen houding om het niets als leidraad te mogen gebruiken? Hoe dan ook lag het niet in mn aard mensen van hun fundamenten te ontdoen, ook lag het niet in mn aard blokkades op te werpen, waar ik me enkel schuldig aan maakte was het nastreven van een individuele ruimte welk me de mogelijkheden gaf dingen te isoleren in dit niets om ze zo beter te bekijken."
Misschien waren adviezen gelijk aan intenties van individuen, misschien bestond er zelfs zoiets als een collectief weten, maar hoe waren de fundamenten van dit collectief weten ooit tot stand gekomen, was het niet enkel individuele waarneming en ervaring die eraan ten grondslag lagen.
Teleurstelling was misschien een te groot woord, omdat ik alle verwachtingen reeds al had vergeven. Mij kon het niet meer zoveel schelen, dat mensen die vooringenomenheid hanteerde om het zelf een houvast te geven. Misschien deed ik wel precies hetzelfde door geen houvast te verlangen. Eenzelfde vooringenomen houding om het niets als leidraad te mogen gebruiken? Hoe dan ook lag het niet in mn aard mensen van hun fundamenten te ontdoen, ook lag het niet in mn aard blokkades op te werpen, waar ik me enkel schuldig aan maakte was het nastreven van een individuele ruimte welk me de mogelijkheden gaf dingen te isoleren in dit niets om ze zo beter te bekijken."
maandag 23 februari 2009
een kort verhaal over een uithuizige gewoonte
Waarom de jonge mossel geen jaloezie koesterde jegens het huis der slakken was niet ongegrond. Het had zich vaak vragen gesteld bij het eigen bestaan, waarom het pokdalig van uiterlijk was, waarom het waarschijnlijk op jonge leeftijd al met geweld van zijn vaste bodem zou worden onttrokken. Bewust van het feit dat het een functie ging vervullen in de menselijke voedselketen, had het vaak gedroomd van een oneindigheid in voortbestaan, het verder geven van zijn innerlijke kwaliteiten. Het gemijmer liet als hoorspel elke ochtend de zeebodem zingen. Het was bijna een klaagzang welk het jonge dier elke ochtend in andere vorm van zich liet horen. Terwijl het zich ter degen bewust was van het feit dat hij zijn vriend al enkele maanden uit het oog was verloren. En vrijheid niet voor hem was weggelegd. Hij tuurde uren over de kust, de afstand te groot om zijn vriend te herkennen, als hij daar reeds was aangespoeld? hij wist het niet. Hij observeerde dagen de menselijke gedaantes die steeds weer heen en weer dwaalde langs de uitgestrekte zandvlakten. Probeerde zijn eigen onbeholpen gedaante te vervangen door het idee. Stel ik ben zo’n lang en zwalkend gestel, loop daar door het natte zand, ergens zal ik mijn vriend hervinden. Hij moest daar ergens zijn nietwaar?
“ Jij. Van land tot land laat je spreken, terwijl ik hier vastgenageld verblijf.
De authenticiteit behouden door je positie. Wie kent zijn innerlijke tonen nog in een wereld vol van brak water. Jij brengt met je spoeling meer teweeg. Ontbloot de ruiten met een krakend heldere sensibiliteit. Ook jij ging door de woestenij, maar liet je nimmer breken.
Je leefde de golven. Verhief ze tot je bestaansbasis. Nam het zout op de korrel en liet zelfs na je sterven het innerlijke leven na aan ieder schepsel die vanuit openheid je harde schil op liefdevolle wijze en vol kinderlijke nieuwsgierigheid aan het oor nam.
Zelfs de mythen liet jij leven. Terwijl jij je kern vergaf aan het rijk der zuigelingen, bleef jij klinken in de kolkende massa. Als de ochtendtonen hun klank verloren in het geblaat van alledag was daar steeds die enkeling die in verbinding met jouw nalatenschap een hervinden van het oereigen koesterde.
Waar was de structurele voortgang, waar diende hij het bestaan? Mijn voet verzwikt in de wetenschap dat jij daar als mythisch verhaal mijn gestel behoede voor dwaze schreden. Voor het voetlicht verscheen jouw glimmerige aanschijn.
Het was donker in jouw holte. Niet dat er iemand huisde met zwartmoedig gedacht, nee, leeg en bijna eindeloos was de ruimte. Ondanks de lijnen die jij reeds in levende vorm wist te creëren, was het enkel een geleiding voor de toehoorder. Geen enkele beperking lag aan je keuze en groei ten grondslag. Misschien was de enige beperking van je zijn in handen van de dwaas die niet luisterde, of erger nog, niet keek waar ie z’n voetzolen zou plaatsen.
Wat restte er dan nog van je nalatenschap…de scherven van een verbroken belofte het eeuwige leven door te geven? Segmenten die ondefinieerbaar en onlijmbaar de ongeïnteresseerdheid in het mysterie blootlegde. Overgeleverd aan de wreedheid van deze tijd lag jij daar nu. Nooit meer zou jij laten herklinken, die droom, die bewustheid van het leven,de eeuwige ademhaling van het leven ging verloren tezamen met je uiterlijke verschijningsvorm. En het werd stil…….. “
“ Jij. Van land tot land laat je spreken, terwijl ik hier vastgenageld verblijf.
De authenticiteit behouden door je positie. Wie kent zijn innerlijke tonen nog in een wereld vol van brak water. Jij brengt met je spoeling meer teweeg. Ontbloot de ruiten met een krakend heldere sensibiliteit. Ook jij ging door de woestenij, maar liet je nimmer breken.
Je leefde de golven. Verhief ze tot je bestaansbasis. Nam het zout op de korrel en liet zelfs na je sterven het innerlijke leven na aan ieder schepsel die vanuit openheid je harde schil op liefdevolle wijze en vol kinderlijke nieuwsgierigheid aan het oor nam.
Zelfs de mythen liet jij leven. Terwijl jij je kern vergaf aan het rijk der zuigelingen, bleef jij klinken in de kolkende massa. Als de ochtendtonen hun klank verloren in het geblaat van alledag was daar steeds die enkeling die in verbinding met jouw nalatenschap een hervinden van het oereigen koesterde.
Waar was de structurele voortgang, waar diende hij het bestaan? Mijn voet verzwikt in de wetenschap dat jij daar als mythisch verhaal mijn gestel behoede voor dwaze schreden. Voor het voetlicht verscheen jouw glimmerige aanschijn.
Het was donker in jouw holte. Niet dat er iemand huisde met zwartmoedig gedacht, nee, leeg en bijna eindeloos was de ruimte. Ondanks de lijnen die jij reeds in levende vorm wist te creëren, was het enkel een geleiding voor de toehoorder. Geen enkele beperking lag aan je keuze en groei ten grondslag. Misschien was de enige beperking van je zijn in handen van de dwaas die niet luisterde, of erger nog, niet keek waar ie z’n voetzolen zou plaatsen.
Wat restte er dan nog van je nalatenschap…de scherven van een verbroken belofte het eeuwige leven door te geven? Segmenten die ondefinieerbaar en onlijmbaar de ongeïnteresseerdheid in het mysterie blootlegde. Overgeleverd aan de wreedheid van deze tijd lag jij daar nu. Nooit meer zou jij laten herklinken, die droom, die bewustheid van het leven,de eeuwige ademhaling van het leven ging verloren tezamen met je uiterlijke verschijningsvorm. En het werd stil…….. “
zondag 18 januari 2009
bronvermelding
De mens ijzelt,
grijpt zich vast in alle groeven,
verblind door tegenlicht,
laat ik ook jouw warmte gaan
en sijpel weg…
grijpt zich vast in alle groeven,
verblind door tegenlicht,
laat ik ook jouw warmte gaan
en sijpel weg…
Dwaallied
In de verte klinkt de stad als verlaten spoor. Een wezenloze blik in de ruimte.
Waar huist het wezen gevuld met de smaakversterkers van onze tijd en herenigt dwaalliederen.
Muzikale kwaliteiten ongehoord, en tot ruis en vals klank oord verblijf ik,
een verstild monument.
C.B.
Waar huist het wezen gevuld met de smaakversterkers van onze tijd en herenigt dwaalliederen.
Muzikale kwaliteiten ongehoord, en tot ruis en vals klank oord verblijf ik,
een verstild monument.
C.B.
donderdag 1 januari 2009
De appel als appèl
Giftige appels laten zich niet eten…..en lijnen leven een paradoxaal bestaan…..
Beschouwen enkel een transformatieruimte terug naar een zelfreflectie. Het is ruimer dan enkel de vlucht, het is bewegen….op de grens van het denken.
En er was, is enkel een sferisch ritme….de woorden als tikken van een tijdloos bestaan.
Het is, ruimer dan een vergezicht, de verloren passen tijdelijk hervonden in het jaargetij.
Daar waar herzien zich verhoudt tot wederzien, de belofte de onschuld is ontgroeid, rest enkel een echo.
Beschouwen enkel een transformatieruimte terug naar een zelfreflectie. Het is ruimer dan enkel de vlucht, het is bewegen….op de grens van het denken.
En er was, is enkel een sferisch ritme….de woorden als tikken van een tijdloos bestaan.
Het is, ruimer dan een vergezicht, de verloren passen tijdelijk hervonden in het jaargetij.
Daar waar herzien zich verhoudt tot wederzien, de belofte de onschuld is ontgroeid, rest enkel een echo.
zondag 30 november 2008
fragment uit 'de wondere wereld der getijden'......
"...en de nacht als pek om de verkleumde lichaampjes,
in vete drukte
letters de sfeer,
omdat het wit nog witter leek,
en de resten spraken van meer woorden ,
het verhaal gevangen in naaktheid.
en hij beet met zijn witte glazuur zonder enig schroom een stuk uit de mast.
de zeilen gleden als verstilde symphonieen naar beneden en verenigden zich met het zoute water, dat daar al die tijd hongerig het schouwspel had toegekeken.
daar viel hij van z'n voetstuk,
om dagen later licht uitgebeten te ontwaken in ant-artica..."
C.B.
in vete drukte
letters de sfeer,
omdat het wit nog witter leek,
en de resten spraken van meer woorden ,
het verhaal gevangen in naaktheid.
en hij beet met zijn witte glazuur zonder enig schroom een stuk uit de mast.
de zeilen gleden als verstilde symphonieen naar beneden en verenigden zich met het zoute water, dat daar al die tijd hongerig het schouwspel had toegekeken.
daar viel hij van z'n voetstuk,
om dagen later licht uitgebeten te ontwaken in ant-artica..."
C.B.
Andrea Doria 1953 - 1956
het water bracht haar
een onomkeerbaar
verhaal
te midden van al
berust op zandbank
stokt haar adem
kreten
verzand in moe metaal
herschreven
de ijle lucht in het kanaal
verzucht vergane glorie
C.B.
een onomkeerbaar
verhaal
te midden van al
berust op zandbank
stokt haar adem
kreten
verzand in moe metaal
herschreven
de ijle lucht in het kanaal
verzucht vergane glorie
C.B.
NU
zoals de as de tijd vertraagt
beweegt het leven
het geziene vermeerderd in verwarrende werveling
immers jij herkende de abstractie van het zicht
telkens herhalend de herweging
door en door
er was een eens
zoals er altijd verbleef
een verlangen
maar nu rustend in eigen draaiing
tot een hier gekomen
er zijn
nu
C.B.'08
beweegt het leven
het geziene vermeerderd in verwarrende werveling
immers jij herkende de abstractie van het zicht
telkens herhalend de herweging
door en door
er was een eens
zoals er altijd verbleef
een verlangen
maar nu rustend in eigen draaiing
tot een hier gekomen
er zijn
nu
C.B.'08
Donker Even-Licht
gewichtig is
niet enkel zwaar geladen
helder in zicht
met wezenlijke verplichting
tot zijn
ook soms die schakelaar
met één gebaar
weer stralend licht
C.B.'08
niet enkel zwaar geladen
helder in zicht
met wezenlijke verplichting
tot zijn
ook soms die schakelaar
met één gebaar
weer stralend licht
C.B.'08
Slapende Reiziger
Een waar neem ik taal
als niet gekozen
gegeven
het verhaal in vele losgesneden fragmenten
gedurende onwil en tevens in openheid
neem aan neem over neem mee
langs m’n geest het kermende geluid
van wrijving in woorden
dat zich in mij tot nieuw leven vormen zal
telkens weer de lading zwaarder
minder plaats voor het eigen
verlies gedaante in duistere overlading
van reizende woorden
totdat m’n geest me toespreekt
in overtuigende veronderstelling
dat het gaat om verzamelde woorden
en niets te doen heeft met taal
C.B.
als niet gekozen
gegeven
het verhaal in vele losgesneden fragmenten
gedurende onwil en tevens in openheid
neem aan neem over neem mee
langs m’n geest het kermende geluid
van wrijving in woorden
dat zich in mij tot nieuw leven vormen zal
telkens weer de lading zwaarder
minder plaats voor het eigen
verlies gedaante in duistere overlading
van reizende woorden
totdat m’n geest me toespreekt
in overtuigende veronderstelling
dat het gaat om verzamelde woorden
en niets te doen heeft met taal
C.B.
Abonneren op:
Posts (Atom)
